Boudewijn van den Engel

Jinke van den Engel heeft haar vader Boudewijn genomineerd voor de titel ‘Fietser van het jaar 2021’. Als steuntje in de rug, want hij kwam lelijk ten val. Sinds vijf jaar fietst hij niet meer ruig op een mountainbike, maar veilig op een damesfiets: met trapondersteuning. Als lifestyle.

Boudewijn van den Engel was huisman. Een van de eersten in Nederland. “Mijn vrouw en ik hebben 25 jaar terug afgesproken dat zij zou werken en ik voor onze vijf kinderen en het eten zou zorgen.” Nu de jongste twee 19 jaar zijn, noemt hij zich thuisblijfvader.

“Eigenlijk ben ik een mooiweerfietser,” geeft hij toe. “Als het zonnetje schijnt, stap ik op de fiets. Niet als het regent of bewolkt is.” Toch maakt hij bijna elke dag een rondje. Een mooi rondje vanuit Nieuwenhoorn begint langs het water van het Haringvliet. Dan naar het Spui. Langs die stroom ligt een buitendijks fietspad met uitkijktoren.

Z’n dochter Jinke pikt hij wel eens op in Zuidland, waar zij werkt. “Soms is ze om twee uur klaar. Dan rijden we door het Bernissegebied, doen een bakkie koffie en fietsen gezellig samen naar huis.
Met z’n tweeën naast elkaar moet je meer op ander verkeer letten, zoals fietsers driedik naast elkaar of tegemoetkomende auto’s. Ik wil het wel veilig houden. Liever fiets ik lekker rustig doordeweeks dan in het weekend met zo veel wielrenners.”

Tot vijf jaar terug croste Van de Engel op z’n mountainbike door de bossen en over ruw terrein. Voor z’n gezondheid stapte hij over op de damesfiets van z’n vrouw. Nu heeft hij zelf een geleaste fiets met brede banden, lage instap én trapondersteuning, als lifestyle. “Nu ben ik veel meer buiten. Ik hoef nooit te spinnen in het zwembad of te zweten met toestellen. Fietsen is een sportschool waar je nooit voor hoeft te betalen.”

In november slipte hij in de blubber. Gevolg: twee gebroken ribben en een scheurtje in een nier. Sinds kort zit hij weer op de fiets, nu nog voorzichtiger. Hij toert rondjes van 15 tot 50 kilometer. “Ik probeer eerst tegen de wind in te fietsen en terug de wind in de rug te hebben.” Soms voert de rit naar Ouddorp op Goeree-Overflakkee, om daar een visje te kopen. Net over brug van de sluis bij Stellendam ligt een van de slechtste stukjes fietspad van Zuid-Holland: 50 meter losliggende tegels. Daar rij ik liever even over de gewone weg.”

Ten zuiden van Zuidland hebben het waterschap Hollandse Delta en de gemeente Nissewaard een ontbrekend stuk fietspad van 2 kilometer geopend. Je kunt nu in één ruk van Hellevoet naar de Spijkenisserbrug, als onderdeel van het ’rondje Voorne-Putten’. Van den Engel: “Op elke dijk vind je een prachtig fietspad. Als dijkwacht kijk ik onderweg altijd meteen even hoe die dijk erbij ligt.”