"Duurzame mobiliteit: niets doen is geen optie meer"

Arcadis is een advies- en ingenieursorganisatie die zich richt op een duurzame leefomgeving. ‘Lead by example’ zit in de haarvaten van de organisatie. Dit betekent dat de organisatie niet alleen haar klanten helpt zo duurzaam mogelijk te worden, maar zelf ook het goede voorbeeld geeft. Omdat de zakelijke personenmobiliteit bij Arcadis de grootste CO₂-afdruk veroorzaakte, is de organisatie in 2010 begonnen met het verkleinen van haar uitstoot. In 10 jaar tijd werd de uitstoot gehalveerd, en voor 2030 wil Arcadis Nederland een volledig CO₂-neutrale bedrijfsvoering bereiken. Voor de stappen die Arcadis op duurzame mobiliteit heeft gezet ontving de organisatie de Spitsbreker 2020 Award. Arcadis is gevestigd direct aan het CS in Rotterdam. Een goede bereikbaarheid voor collega’s en klanten is voor de organisatie van belang. Daarom sluiten zij dit jaar ook aan bij de Rotterdamse mobiliteitstransitie en ondertekenen zij de intentieverklaring. Welke maatregelen zijn genomen? Wat leverde het meeste op? En wat staat er nog meer op het programma? We vragen het aan Elske de Jong, manager duurzame bedrijfsvoering bij Arcadis.

Vuursalamanders en intercitystations

“Ons logo zegt veel over onze duurzaamheidsambitie”, zo opent Elske het gesprek. “In het beeldmerk zit de vuursalamander verscholen. Een diertje dat alleen dáár kan leven waar het ecosysteem volledig in balans is. De kwaliteit van aarde, lucht en water moeten optimaal zijn. En dat is precies wat wij met Arcadis nastreven. Of het nu gaat om het aanleggen van een toegangsweg, een gebouw of een station. We willen alles doen met zorg voor mens, milieu en oog voor de omgeving.”

Ruim 10 jaar geleden begon Arcadis haar eigen C0₂-afdruk te meten en bij te houden. Zo’n driekwart van de eigen uitstoot bleek in de personenmobiliteit te zitten. Een goede reden dus om hier stevig op in te zetten. Verschillende maatregelen werden doorgevoerd, variërend van verbeterde thuiswerkopties tot het invoeren van deelfietsen. Maar de meest rigoureuze maatregel was ongetwijfeld de beslissing dat alle Nederlandse vestigingen van Arcadis op loopafstand van een NS-intercitystation zouden moeten komen. In 2010 telde Arcadis 27 kantoren in ons land, waarvan er slechts 3 bij een intercitystation lagen. Eind 2019 waren er 11 kantoren, waarvan de 9 grote in de directe nabijheid van een intercitystation liggen.

Verhuizing naar de Delftse Poort

De laatste grote verhuizing was in Rotterdam. Eind 2019 ruilde Arcadis haar vestiging aan de snelweg in voor kantoorruimte in de bekende Delftse Poort, pal aan het centraal station. “Natuurlijk was het best een ingrijpende verandering”, blikt Elske terug. “Maar het paste volledig in onze aanpak. Onze vestigingsleider, Arrèn van Tienhoven, heeft zich dan ook met enorm veel energie en daadkracht ingespannen om de verhuizing te begeleiden en de mobiliteitstransitie in de regio verder vorm te geven.”

Kort na de verhuizing brak de coronapandemie uit. Maar in de weinige maanden daarvoor zag Arcadis in Rotterdam al een grote verschuiving van autokilometers naar treinkilometers. “Daar waar mensen voorheen geneigd waren met de auto te komen vanwege de makkelijke bereikbaarheid vlak bij de snelweg, kwamen ze nu veel vaker met de trein”, zegt Elske. “En als ze tijdens de dag nog naar een klant moesten, dan namen ze steeds makkelijker een van de deelfietsen of elektrische deelauto’s vanaf kantoor. Ook zagen we – en zien we – dat de populariteit van onze Rotterdamse vestiging als vergader- en ontmoetingslocatie sterk aan het toenemen is. Juist vanwege de makkelijke (en ook internationale) bereikbaarheid.”

Business case

De vestigingsstrategie van Arcadis brengt kosten met zich mee. De huur van een vierkante meter kantoorruimte bij een intercitystation ligt over het algemeen hoger dan op een plek aan de rand van de stad. “Maar het gaat niet om alleen de vierkante meterprijs”, legt Elske uit. “We benaderen ons huisvestingsbeleid integraal. Extra huurlasten worden gecompenseerd door minder kosten aan de mobiliteitskant. Een kilometer met de trein is goedkoper dan een kilometer met de auto. Voeg daar nog het voordeel aan toe dat je in de trein tijdens het reizen rustig kunt werken. Op deze manier realiseren we onze duurzaamheidsambities en houden we het betaalbaar.”

Duurzame flexibiliteit

Om de verdere vermindering van de CO₂-afdruk te bereiken, neemt Arcadis nog een waaier aan andere maatregelen. “We willen dat onze medewerkers tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen werken”, vertelt Elske. “Daarom hebben we altijd al geïnvesteerd in goede laptops, systemen en IT-voorzieningen”, licht Elske toe. “Daarnaast willen we onze medewerkers een zo flexibel mogelijke mobiliteit aanbieden voor de momenten dat ze niet thuis kunnen werken. Om deze mobiliteit zo duurzaam, maar ook zo makkelijk mogelijk in te richten, werken we op al onze vestigingen met deelfietsen, zowel elektrisch als normaal, en met deelauto’s.”

“Leaseauto’s hebben we ook”, vervolgt Elske, “en het is geen doel op zich om die af te schalen. Waar we wel op inzetten is de elektrificatie van onze vloot. En, eigenlijk net zo belangrijk, het vergroenen van al onze laadkilometers. De auto’s die we in onze eigen garages opladen, daarvan weten we dat het gebeurt met groene stroom van eigen bodem. Maar waar we naartoe willen, is dat we dit van alle gebruikte stroom zeker weten. Dit is ook nodig, om volledig CO₂-neutraal te kunnen worden.”

Maak het aantrekkelijk en makkelijk

Het stimuleren van gedragsverandering staat altijd en overal centraal in de manier waarop Arcadis duurzame mobiliteit nastreeft bij haar medewerkers. “Dat doen we op veel verschillende manieren”, weet Elske te vertellen. “Maar waar we altijd op proberen te letten, is om het zo aantrekkelijk en makkelijk mogelijk te maken. Waar vroeger medewerkers losse treinkaartjes moesten kopen die ze konden declareren, hebben we medewerkers een hoop administratie uit handen genomen. Met de NS Business Card lopen zij overal gemakkelijk door de toegangspoortjes.”

“Waar we verder op voorsorteren”, vervolgt Elske, “is dat de manier waarop we reizen en werken post-corona anders wordt dan daarvoor. Onze mensen hebben aangegeven dat ze ook in de toekomst waarschijnlijk twee a drie dagen per week graag thuis zouden willen werken, dus we gaan post-corona toe naar een hybride werkvorm. Daarbij kijken we naar andere manieren om duurzaam reizen te stimuleren. Denk aan wandelen, fietsen en thuiswerken. Goed voor het omlaag brengen van onze CO2 uitstoot én voor lichaam en geest.”

Om collega’s te stimuleren om meer te wandelen, te fietsen en thuis te werken zijn wil Arcadis een gamification element toevoegen. “We zijn van plan om een gedragsbeloningsprogramma uit te rollen”, vertelt Elske. “Dit programma hebben we eerder met succes aangeboden aan onze leaserijders. Nu gaan we een stap verder door het voor alle collega’s beschikbaar maken, op vrijwillige basis.” In de app wordt je beloond voor duurzaam reisgedrag. Zo spaar je punten voor onder andere spitsmijden, thuiswerken, wandelen en fietsen. Deze punten kun je inwisselen voor kortingen in een duurzame webshop. Zo maken we duurzame reisbewegingen extra leuk.”
Dezelfde app wordt gebruikt voor het Low Car Diet. Elske: “Het Low Car Diet is een landelijke challenge waarbij bedrijven een maand lang zo veel mogelijk kiezen voor schonere en duurzamere manieren van vervoer. Bij ons is deze jaarlijkse wedstrijd al behoorlijk ingeburgerd. Meer dan 200 collega’s doen ieder jaar mee. Maar ook voor organisaties die nog niet zo veel hebben gedaan aan duurzame mobiliteit, is dit een ideale manier om een begin te maken. Het helpt hen te ontdekken waar hun personeel voor kiest als ze voor de keuze staan om alternatieve reismiddelen te kiezen. Het geeft je een goed beeld van welke maatregelen goed zouden passen bij jouw bedrijf.”

Wees niet bang je te committeren

Elske kan zich voorstellen dat duurzaamheid voor sommige bedrijven nog niet voelt als een topprioriteit. En dat duurzame mobiliteit voor sommige organisaties ook lastiger is in te voeren dan voor een advies- en ingenieursorganisatie zoals Arcadis. Maar tegelijkertijd is ze ervan overtuigd dat niets doen geen optie meer is. “Wat wij merken is dat onze duurzaamheidsaanpak een belangrijke reden is voor mensen om bij ons te willen werken. Het past bij hun intrinsieke werkmotivatie. En al zal dit in andere sectoren misschien minder zijn, het wordt wel degelijk steeds meer de mainstream houding van werknemers om bij een bedrijf te willen werken dat een actief duurzaamheidsbeleid heeft. Als is het maar voor je eigen bedrijfsreputatie, of voor het aantrekken van goede mensen, ieder bedrijf zou er anno nu van doordrongen moeten zijn dat je op zijn minst de wereld zo goed achterlaat als dat je hem gekregen hebt. En het liefst iets beter.”

Hoe dan te beginnen? “Wat ieder bedrijf, groot of klein, op zijn minst kan doen, is logisch nadenken over waar hun impact op het milieu het grootst is”, betoogt Elske. “En als je dat weet, waar kun je dan stappen zetten om die impact te verkleinen? Natuurlijk kan niet ieder bedrijf naar het station verhuizen. Maar je kunt wel degelijk nadenken over het elektrificeren van je bedrijfsauto’s. Of beginnen met fietsstimulering. Zet deelfietsen neer en kijk wat er gebeurt. Probeer de groene reisopties te belonen. Doe mee met het Low Car Diet. Sluit je aan bij gezamenlijke initiatieven, zoals de Werkgeversaanpak Duurzame Mobiliteit in Rotterdam en omgeving. Maak gebruik van diensten die je worden aangeboden, bijvoorbeeld voor het scannen van je CO₂-afdruk. Laat je inspireren door de ideeën en aanpakken van andere bedrijven. En wees niet bang om je te committeren aan een ambitieuze doelstelling. Samen kom je verder. Dus doe in ieder geval ook mee.”