“Duurzame mobiliteit is voor ons een kleine post. Op andere gebieden reduceren wij al tientallen keren meer uitstoot!”

De Kramer Group is een Rotterdams familiebedrijf, gevestigd in de havens op de Maasvlakte. Hoofdactiviteit is de op- en overslag en reparatie van containers. Hoewel de CO2-reductie van de Kramer Group op andere gebieden dan mobiliteit een veel groter effect heeft, loopt de organisatie niet weg voor de vraag om ook de Intentieverklaring Klimaatakkoord voor duurzame mobiliteit te ondertekenen. “Ik begrijp dat mobiliteit een van de onderdelen is van het Klimaatakkoord. Maar met een afgelegen locatie, en iedere dag 3 ploegen medewerkers op lastige wisselmomenten, is mobiliteit voor ons niet het meest voor de hand liggende gebied om heel veel CO2-reductie te behalen”, legt Frank Dakkus uit. “Natuurlijk willen we ons best doen, maar ik hoop dat men ook oog heeft voor het ‘totale plaatje’ van onze milieumaatregelen.”

‘Rotterdams en eigenzinnig’. Die omschrijving past wel bij de Kramer Group, vindt Frank. Maar wel eigenzinnig in de positieve betekenis. “Sinds de oprichting van dit familiebedrijf, door Marcel Kramer senior die nu 87 jaar is, varen wij onze eigen koers”, zegt hij. “Oók op het gebied van onze positieve milieumaatregelen. En misschien is onze grootste vergissing wel dat we daar nooit ruchtbaarheid aan geven.”

Impactvolle maatregelen

Met gemiddeld zo’n 200 man in dienst, en onder leiding van zoon André Kramer, is de Kramer Group de laatste jaren flink aan het groeien. Volgens Frank gaat die groei gepaard met een al net zo hard groeiende inspanning om ook aan het klimaat en het milieu te denken. De lijst van CO2-besparende maatregelen is inmiddels dan ook behoorlijk lang. Hij begint aan een kleine opsomming van voorbeelden.

Frank: “Wij waren een van de eerste bedrijven in de haven die al onze machines geschikt hebben gemaakt voor AdBlue, een vloeistof waarmee we onze stikstofuitstoot verminderen. De snelheid van onze machines hebben we overal gehalveerd, zodat we veel zuiniger rijden. Ze zijn nu ook zo ingesteld dat ze niet meer haaks de bocht om kunnen, waardoor we veel minder slijtage en fijnstof veroorzaken. We waren de eersten hier op de Maasvlakte die overal ledverlichting gebruikten. Sinds dit jaar kopen we 100 procent duurzame energie in. Concreet betekent dit in ons geval dat al ons stroomverbruik 100 procent wordt gecompenseerd met windenergie.” En zo kan Frank nog wel even doorgaan.

Het grote plaatje

En mobiliteit van werknemers? Ja, dat is in het geval van de Kramer Group maar een heel klein deel van de totale CO2-uitstoot. Mede om die reden heeft Frank af en toe wel dubbele gevoelens over de Rotterdamse mobiliteitsaanpak waar zij nu deel van uitmaken. Zeker nu er wat administratieve verplichtingen bij komen kijken in verband met een nulmeting. “Ik hoop gewoon dat de overheid zich niet gaat blindstaren op onze invullijstjes, maar ook oog houdt voor het grote plaatje”, verzucht hij. “Want op dat grotere plaatje zie je duidelijk dat wij heel veel doen.”

Toch nog een voorbeeld uit de praktijk, waarmee hij zijn opmerking wil onderbouwen. “Sinds een paar jaar hebben we een shuttle tussen de Waalhaven en de Maasvlakte met directe ‘slots’ op de deepsea terminals. Met onze shuttle halen wij vrachtwagens van de weg die normaal doorreden naar de Maasvlakte. Met dit soort maatregelen bereiken we op de korte termijn veel meer CO2- winst dan door ons te focussen op ons woon-werkverkeer.”

Openbaar vervoer op 5 kilometer afstand

Toch weer even terug naar personenmobiliteit. Uiteraard begrijpt Frank dat voor andere soorten bedrijven, mobiliteit juist een van de grootste CO2-veroorzakers is. En hij begrijpt ook dat klimaatakkoorden essentieel zijn om zaken in beweging te krijgen. Niet voor niets rijdt de directie van de Kramer Group al elektrisch, en rijdt het management en de supervisors in tweedegraads hybride modellen.

“Maar ik moet ook eerlijk zijn dat we op veel manieren beperkt zijn”, voegt Frank eraan toe. “Er ligt pas sinds kort een fietspad naar de Maasvlakte richting Kramer Group, EMO en Electrabel. En helaas moet je via dat fietspad ook nog kilometers omrijden. Maar ook met de auto is de afstand ver voor onze mensen die vooral uit Rotterdam, Zevenkamp en Capelle aan de IJssel komen. Het openbaar vervoer gaat niet verder dan de dichtstbijzijnde deep sea terminal. En vanaf daar is het dan nog steeds 5 kilometer lopen tot bij ons. En qua tijden is de OV-regeling ook verre van ideaal.”

Laadpalen en carpoolen

Over busjes en dergelijke is wel eens nagedacht, maar de praktijk is stroef. En Kramer Group steekt haar tijd en energie liever in grote maatregelen. Toch levert enige doorvraag een beeld op van een bedrijf dat wel degelijk óók maatregelen probeert te nemen waar het gaat om personenmobiliteit. “We gaan laadpalen plaatsen”, vertelt Frank. “Al is het maar om onze mensen de mogelijkheid aan te bieden dat ze ook in een hybride auto kunnen komen die ze hier tijdens hun werktijd vol kunnen laden.” Voorlopig verwacht hij daar overigens nog geen wonderen van. “Havenwerkers hebben nou eenmaal graag sportieve wagens. Spoilertje erop, uitlaat eronder”, verklaart hij lachend. “Daarom hoop ik dat er bij de betaalbare elektrische en hybride modellen ook snel wat sportievere modellen komen.”

De kilometervergoeding van de Kramer Group is standaard. “Dat is een bewuste keuze”, weet Frank te vertellen. “Het is een van de weinige manieren waarop we onze medewerkers kunnen stimuleren om samen te rijden naar het werk. Als ze bijvoorbeeld in groepjes van twee, drie of vier afspreken om samen te rijden, dan besparen ze flink wat kilometerkosten en CO2-uitstoot en kunnen ze er financieel ook wat aan overhouden.” Helaas was samenrijden lange tijd niet mogelijk vanwege de coronacrisis. Maar intussen wordt er weer gecarpoold.

Omslag

In een wereld waar traditionele diesel de norm is, en de grote verbruikers dagelijks aan- en afmeren, blijft Frank zich verdiepen in de mogelijkheden om invloed te hebben op een schonere en gezondere wereld. “Ik denk niet dat veel bedrijven om ons heen de CO2-uitstoot van hun machinepark zo paraat hebben”, merkt hij op. “Wij wel. En ik weet ook wat wij potentieel aan CO2-uitstoot van onze machines zouden kunnen besparen. Tot maar liefst 90 procent! Dat wil zeggen, als het ons zou lukken onze machines op HVO100 te laten draaien, een nieuw type brandstof dat is geproduceerd uit behandelde plantaardige oliën en restafval. Maar daar zit wel een stevig prijskaartje aan vast. In ons geval, meer dan 210 duizend euro op jaarbasis. Dat is voorlopig onbetaalbaar. Maar het zou mooi zijn, als de overheid ook naar dat soort kansen kijkt.”

Over de toekomst is Frank enthousiaster dan hij soms laat blijken. “Onlangs hadden wij contact met een van de grootste rederijen ter wereld”, vertelt hij. “Ze vroegen ons om mee te denken over hoe wij gezamenlijk meer konden doen voor het milieu. Dat is voor het eerst in de 35 jaar dat ik in deze sector werk, dat wij een grote rederij tegengekomen die concreet mensen en geld wil vrijmaken om milieumaatregelen te nemen. Ik was echt onder de indruk. Er komt een omslag. Dat kan niet anders.”