“Duurzame mobiliteit: het goede voorbeeld geven en als matchmaker optreden”

ING is een grote werkgever in de Rotterdamse regio. En toen de vraag kwam of zij de Intentieverklaring Klimaatakkoord voor duurzame mobiliteit wilden ondertekenen, was het antwoord direct ‘ja’. “De doelstelling van de gemeente Rotterdam konden we één op één leggen over onze eigen ambitie voor duurzame mobiliteit”, vertelt Robbert Kromkamp. Een gezamenlijke aanpak in de regio heet hij van harte welkom. “Door lokaal samen op te trekken kun je helpen de knelpunten van anderen concreet te maken en op te lossen. Ons uitgebreide netwerk zetten wij graag in om partijen samen te brengen in de mobiliteitstransitie.” ‘Durf te vragen’ is daarbij steevast het advies van Robbert. “Want het probleem van de één, kan de oplossing zijn van een ander”. Een gesprek over de bank als financier, inspirator én als matchmaker.

Kredietportefeuille

Op de dag dat Robbert namens ING de Intentieverklaring ondertekent, vertegenwoordigt hij de regio Zuid-West van ING in Nederland. Maar uiteraard heeft ING ook een rol te vervullen op het wereldtoneel. “We worden nog niet automatisch door iedereen gepercipieerd als een duurzame bank”, weet Robbert. “Maar als je ziet waar wij vandaan komen, hoe groot wij zijn en waar we mee bezig zijn, dan zijn wij wel degelijk een heel duurzame bank. Wij hebben een kredietportefeuille van circa 800 miljard euro die we in lijn aan het brengen zijn met het Parijse klimaatakkoord.” De impact daarvan vertaalt zich onder andere in miljardeninvesteringen in duurzame energie, het afstoten en afbouwen van niet-duurzame portefeuilles en bovenal het meenemen van klanten in de duurzame transities.

“Vanuit ING proberen wij voortdurend met onze klanten in gesprek te gaan over hoe zij duurzamere keuzes kunnen maken”, legt Robbert uit. “Bepaalde zaken financieren we niet meer, en andere juist wel. Een voorbeeld: als een autofabrikant aanklopt om een dieselmotorenfabriek te openen, dan zullen we daar geen financiering voor bieden. Maar over een elektrische wagenproductielijn denken we heel graag mee.”

Verantwoordelijkheid als financier

Ook in Rotterdam en het havengebied, waar ING veel klanten heeft, stuurt ING aan op duurzaamheid. “Dat zijn gesprekken die op strategisch niveau beginnen”, vertelt Robbert. “Waar wil je naartoe als onderneming? En hoe ga jij je onderscheiden in een markt waar veel klanten alleen nog maar duurzame dienstverleners willen? En waar mensen alleen nog maar willen werken voor duurzame bedrijven? Als financiers hebben we een belangrijke taak. We moeten bedrijven erop wijzen dat investeren in duurzaamheid goed is voor henzelf en voor hun klanten.”

“En wat geldt voor de zakelijke klanten, geldt ook voor de particuliere markt”, voegt hij eraan toe. “Zo hebben we een grote hypotheekportefeuille die verder verduurzaamd moet worden. Daarom stimuleren we mensen al jaren om te investeren in spouwmuurisolatie, dakisolatie, zonnepanelen enzovoort. Dat is goed voor het klimaat, maar ook voor hun eigen portemonnee. Iets wat met de huidige stijging van de energieprijzen nog eens extra duidelijk zal worden.”

Het goede voorbeeld geven

Robbert heeft het graag over de grote duurzaamheidsdoelen die ING wereldwijd nastreeft. Maar dit soort ambities bereik je natuurlijk alleen als je zelf het goede voorbeeld geeft en anderen inspireert. “Laten we ING in Nederland als voorbeeld nemen”, stelt hij voor. “Een paar cijfers. Onze kantoren hebben in 2023 allemaal een energielabel A. We gebruiken al meer dan 5 jaar alleen maar duurzaam opgewekte elektriciteit in onze kantoren. Dat geldt dus ook voor onze laadpalen voor elektrisch rijden en fietsen. En ‘last but not least’: tussen 2014 en 2020 hebben we onze CO2-uitstoot al met 47 procent teruggebracht!”

De recente coronapandemie heeft daarbij gezorgd voor een onverwachte stroomversnelling. Robbert: “De opkomst van Covid was voor veel bedrijven een verschrikkelijke gebeurtenis met grote gevolgen. Maar je kunt niet ontkennen dat de pandemie ook voor meer bewustwording heeft gezorgd. Veel bedrijven hebben noodgedwongen ontdekt dat thuiswerken veel ruimer kan worden ingezet dan zij dachten.” Ook vanuit ING wordt nu bewust ingezet op hybride werken.

Minder reisbewegingen

“De tijd om in de file te gaan staan om vervolgens op kantoor je laptop open te slaan, je mail bij te werken, en je klanten te gaan bellen, die is echt wel voorbij”, benadrukt Robbert. “Dat kun je net zo goed thuis doen. Hetzelfde geldt voor individueel focuswerk en online meetings. Als je naar kantoor komt dan is dat meer voor het sociale aspect, voor bepaalde vergaderingen en persoonlijk overleg. We zijn momenteel bezig om duidelijke afspraken te maken welke teams wanneer op kantoor zijn en met welk doel.”

Een van de grote meevallers van het hybride werken is dat er veel minder reisbewegingen plaatsvinden. “Mensen die vroeger 5 dagen naar kantoor reisden, zullen dat naar verwachting nu nog maar 1 of 2 dagen per week hoeven doen. Dat betekent dat we nu best grote stappen zetten in de CO2-reductie van onze mobiliteit. Hetzelfde geldt voor onze internationale business. We gingen vroeger regelmatig naar klanten toe in het buitenland. Dat hoorde er een beetje bij. Nu niet meer. Steeds meer internationale business wordt digitaal afgehandeld.”

Klantcontacten online

Behalve het voordeel van minder reiskilometers, leidt het hybride werken voor veel mensen tot een betere balans tussen werk en privéleven. Daarnaast ervaren collega’s dat er door het digitale werken veel meer klantcontacten op een dag mogelijk zijn. Niet voor niets is er bij ING een officieuze richtlijn ontstaan dat 50 procent van de klantcontacten digitaal zou moeten plaatsvinden.

“Dat klinkt overigens veel harder dan het is”, voegt Robbert er meteen aan toe. “Het is ook een wisselwerking. Klanten die jou graag in persoon zien verschijnen voor de koffie, bezoeken we gewoon. Maar nu iedereen gewend is aan digitaal samenwerken, kiezen veel klanten juist voor een online afspraak. En dat betekent dat waar je vroeger misschien met de auto 3 klanten op een dag bezocht, je nu soms wel 8 online klantbezoeken op een dag hebt. Het betekent ook dat je veel vaker even kunt afspreken met een klant. Iets dat door velen als prettig wordt ervaren.”

Leasefietsen en elektrisch rijden

Het invoeren van hybride werken zal een belangrijke factor zijn in de aanpak duurzame mobiliteit door ING. Maar daarnaast kiest de bank al langere tijd ervoor om ook op het gebied van reiskosten en woon-werkverkeer duurzame keuzes te stimuleren. Er zijn ruime fietsenstallingen met veel laadpunten voor e-bikes. Het aantal leaseauto’s is al teruggebracht, en mensen zonder leaseauto, krijgen een NS-Business Card.

De auto’s die nog onder het leaseplan worden aangeboden zijn begrensd qua CO2-uitstoot. “In de praktijk betekent dat dat we eigenlijk alleen nog maar elektrisch rijden”, zegt Robbert. “Als je bij ons in de garages kijkt, dan zie je ook bijna alleen nog maar parkeerplaatsen met laadpalen. Naast de leaseregeling voor auto’s hebben wij – voor iedereen – ook een fietsleaseregeling. Dat houdt in dat mensen na 3 jaar gebruik van hun leasefiets, de fiets kunnen overnemen voor 15 procent van de nieuwwaarde.”

Lokaal verbinden

Al bij al gaan dit soort maatregelen ervoor zorgen dat ING zijn eigen mobiliteitsuitstoot verder zal verminderen. Maar Robbert realiseert zich dat voor andere partijen het veel lastiger kan zijn. “Als dienstverlener kunnen wij relatief makkelijk meer gaan thuiswerken. En datzelfde geldt voor veel andere corporates, accountskantoren en dergelijke. Maar ik hoor natuurlijk ook de verhalen van andere bedrijven. Zo is er bijvoorbeeld een mkb’er met een uitzendbureau voor de haven. Bij hem moeten mensen iedere dag naar zijn kantoor komen om vervolgens op verschillende plaatsen te kunnen worden ingezet. En dat is niet het type werk waarbij je iedereen een elektrische auto kan aanbieden. En het is niet de plek waar goede busverbindingen zijn. Die ondernemer vraagt zich terecht af hoe hij nou ook die CO2-halvering kan bereiken.”

“Maar juist daarom is het zo belangrijk dat er naast landelijke initiatieven ook lokale aanpakken worden opgezet”, betoogt Robbert. “Dan kun je voor een specifiek gebied samen kijken naar knelpunten die door anderen worden ervaren. En dan kun je je gezamenlijk hard maken voor oplossingen zoals bijvoorbeeld extra bushaltes of gezamenlijke elektrische busjes. Op die manier kun je ervoor zorgen dat álle bedrijven hun CO2-reductie kunnen halen.”

Bovendien is het te verwachten dat door zo’n lokale verbinding een thema als duurzame mobiliteit meer gaat leven voor plaatselijke bedrijven. Robbert: “Als je ziet dat het bedrijf naast jou meedoet en duurzame maatregelen neemt, dan voel je je waarschijnlijk sneller overgehaald om ook iets te doen, dan wanneer er ergens op landelijk niveau een beslissing wordt genomen.”

Durf te vragen!

Voor bedrijven die nog geen begin hebben gemaakt met duurzame mobiliteit, heeft Robbert een duidelijk advies. “Als je geen idee hebt hoe je aan zoiets als duurzame mobiliteit moet beginnen, schakel dan hulp in. Praat erover, met collega’s, met je accountant, je bankier. Durf te vragen! Net zoals het afvalprobleem van de ene partij de grondstofvoorziening kan zijn van een andere, zo kan het mobiliteitsprobleem van de ene ondernemer de oplossing zijn van de andere.”

“Als bankiers faciliteren we vaker kennisuitwisseling en fungeren we regelmatig als matchmakers. Soms zetten we groepjes ondernemers bij elkaar die wat willen met duurzaamheid maar geen idee hebben over hoe en wat. Wij vertellen dan iets vanuit de bank over financiering, er komt een subsidieadviseur langs, en een ander bedrijf komt weer vertellen over hoe zij bijvoorbeeld in 3 jaar hun mobiliteit verduurzaamd hebben. Dat soort ervaringsverhalen van ondernemers verzamelen we ook op onze website. In de regio Zuid-West, waar Rotterdam onder valt, komen we ook bij veel bedrijven over de vloer. Daardoor weten we goed wat er leeft. En dat netwerk en die kennis zetten we graag in voor het bevorderen van duurzame mobiliteit in Rotterdam en omgeving!”