"Werkgevers en onderwijs spelen belangrijke rol bij mobiliteitstransitie"

Minder fietsen maar ’s avonds wel een wandelingetje in de buurt om het hoofd leeg te maken, want het werkpakket is door corona alleen maar toegenomen. Ook in de toekomst is Stientje van Veldhoven, staatssecretaris bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, van plan de eerste paar uur vanuit huis te overleggen om daarna pas onderweg te gaan naar afspraken. “Wanneer mensen kiezen voor duurzaam vervoer en thuiswerken zijn er minder files en wordt de leefbaarheid in de stad beter. Organisaties als De Verkeersonderneming en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland zijn belangrijk in het proces om slim mobiliteitsmanagement nadrukkelijk in te zetten en werkgevers en werknemers te ondersteunen.”

“Op dinsdag als er vergaderingen zijn binnen het kabinet en op vrijdag bij de ministerraad werk ik niet thuis, de andere drie dagen meestal wel, tenzij ik naar de Tweede Kamer moet voor een debat. Dat doe ik al zo sinds het kabinet in maart iedereen opriep om zoveel mogelijk thuis te werken. Dat was in het begin wel wennen. Ook mijn man werkt thuis en met zijn tweeën aan de keukentafel bleek niet handig. Vooral niet als je veel moet bellen. We hebben een werkkamer ingericht en wisselen elkaar nu aan het bureau en de keukentafel af. Nu was ik altijd al gewend om de hele dag in vergadering te zitten dus dat is door corona niet anders geworden. Wel heb ik veel minder reistijd dan vroeger. Dat is efficiënt en die efficiency wordt verhoogd omdat de overleggen korter duren. Aan de andere kant mis je de bespreking van de punten die niet op de agenda stonden. Even snel iets kortsluiten is er dan niet meer bij. Dat kost juist wat meer tijd op een ander moment. Het beeld is dus wat gemengd als je het over efficiency hebt. Een mix lijkt mij voor de toekomst optimaal. Een voordeel van thuiswerken is weer wel dat je de kinderen even gedag kunt zeggen als ze uit school komen.”

Werkbezoeken waren heel motiverend

“Maar natuurlijk mis ik ook het contact met de collega’s. Alles is afstandelijker. Je kunt niet even de temperatuur in een zaal voelen. De sfeer is lastiger in te schatten. En ik mis de werkbezoeken: die zijn er bijna niet meer en vormden een leuk onderdeel van mijn werk. Ze leverden veel informatie op over waar mensen mee bezig zijn en waar ze in de praktijk tegenaan lopen. Natuurlijk krijg je ook digitaal informatie, maar het is toch anders als je de situatie zelf kunt zien. Het ene project leent zich ook wat beter om digitaal te bekijken dan het andere. Werkbezoeken waren altijd een mooi en belangrijk onderdeel van het werk en heel motiverend. Ook de congressen waarbij je geïnspireerd raakte, zijn anders alleen al omdat je de contacten en nieuwe inzichten mist die je juist daar opdeed.”

Ontspanning

Als staatssecretaris staat u bekend als fervent fietser. Van Veldhoven: “Ik probeer inderdaad vaak op de fiets naar het ministerie te rijden. Het is fijn om je werkdag met wat beweging te starten. En ’s avonds terug is fietsen heerlijk om je hoofd even leeg te maken. Nu in coronatijd fiets ik minder en loop ik meer. Overdag is er tussendoor geen tijd om even een wandelingetje te maken. Het werkpakket is de laatste maanden toegenomen: naast het gewone werk is er nu ook al het extra werk dat door corona is ontstaan. Wel probeer ik voor de start van de werkdag of ’s avonds in de buurt een rondje te lopen. En ik loop tussen de overleggen door naar beneden om even een kop koffie of thee te maken. Dat is dan een mooie break.”

Spijkerbroek is voor het weekend

“Ik heb ook nu doordeweeks zoveel mogelijk mijn werkkleding aan. Ik ga wel eens overstag om toch voor een spijkerbroek te kiezen, maar meestal bewaar ik die voor het weekend. Het maken van onderscheid in kleding helpt in het gescheiden houden van werk en privé. Door de aard van het werk lopen die twee toch al vaak door elkaar heen. Voorheen had ik vanuit huis geen overleggen maar als staatssecretaris heb je natuurlijk wel tassen vol met stukken om te lezen en dat deed ik altijd in de avonduren en het weekend. Daar is niet veel in veranderd, behalve dat die twee pilotenkoffers nu digitaal op mijn tablet staan.”

Spreiden van verkeer 

“Ik hoop echt dat we het positieve effect van spreiding van verkeer vasthouden, zodat we niet meer als haringen in de ton zitten in de trein, of standaard stilstaan in de file. Deze periode laat zien dat we dat op kunnen lossen door anders te gaan reizen. Daar zijn geen miljarden voor nodig, alleen de bereidheid om anders om te gaan met werkschema’s”, zegt Van Veldhoven. “En dat het verkeer zoals we dat nu ook zien meer verspreid wordt over de dag. We zien nu dat je daarmee al veel vertragingen kunt oplossen en dat moeten we vasthouden. Ook ik zal vaker de eerste paar uren vanuit huis overleggen en dan pas onderweg gaan. Het werk brengt met zich mee dat je contact hebt met mensen uit het gehele land. Bij fysieke contacten moet er dus vaak veel gereisd worden: of ik ga naar hen toe of zij komen naar Den Haag. Dat kan je ook afwisselen met digitale overleggen.”

Werkgevers en onderwijs hebben een sleutelrol

“De onderwijssector heeft laten zien dat een kwartier later starten al veel impact heeft: meer ruimte op de weg, schonere lucht en dus ook minder investeringen in de piek capaciteit van het openbaar vervoer en de weg. Dat geld kan je dan elders in de infrastructuur inzetten, zoals voor betere verbindingen of meer comfort. Werkgevers en het onderwijs spelen een belangrijke rol bij deze transitie. Een afstand van 15 kilometer is wellicht voor veel mensen een te grote afstand om te fietsen maar met een e-bike is het wel goed te doen. Echter, dat is best een aanschaf. Dan is het handig als de werkgever bereid is te helpen bij die aanschaf. Werkgevers vervullen ook een sleutelrol bij het op orde brengen van de voorzieningen zoals goede fietsenstallingen en laadplekken. Wanneer meer mensen korte afstanden fietsen, scheelt dat veel ruimte op de weg. Ruimte die benut kan worden door mensen die er echt moeten rijden. Trots ben ik op onze fietsambassadeurs zoals de Politie en de grote medische centra die niet alleen participeren maar voorop lopen en hun medewerkers stimuleren om de fiets te pakken. Maar ook de gemeente Den Haag is goed bezig. Voor de herinrichting van de Binckhorst is een mooi plan neergelegd om de parkeernorm te verlagen en alles wat weinig ruimte inneemt en weinig uitstoot heeft zoals fiets, ov en deelvervoer voorrang te geven. Dan wordt de ruimte in een stad heel efficiënt benut. Ook ben ik natuurlijk trots op Rotterdam, als nieuwste fietsambassadeur, waar met de herinrichting van de Coolsingel echt een icoonproject is gerealiseerd.”

Corona leert dat het anders kan

“Ook na corona moeten we zorgen dat meer mensen duurzaam reizen of thuiswerken. Organisaties als De Verkeersonderneming en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland zijn belangrijk in het proces om slim mobiliteitsmanagement nadrukkelijk in te zetten. Die kunnen helpen met informatie en ondersteuning aan werkgevers en werknemers. De Nederlandse bevolking stijgt net als het aantal inwoners in de steden. Als we blijven doen wat we deden, staan we allemaal stil in de vieze lucht. De Corona periode heeft ons geleerd dat het anders kan en geeft ons nu de mogelijkheid ons voor te bereiden op die groei van de bevolking. We kunnen er met zijn allen veel aan doen om files en vertragingen te voorkomen en de leefbaarheid in de stad te bevorderen.”